En de dagen lijken steeds langer. De nachten geen baken van rust en stilstaan, maar een stoptrein van momenten en zorgen.
Elke dag een pilletje bij om de cirkel te onderbreken, de onrust te verjagen of tenminste alles stil te leggen tot de volgende ochtend aanbreekt.
Maar helpen doet het niet en ‘s ochtends kijk ik niet meer in de spiegel. Bang voor die vermoeide blik en beu, oh zo beu, die sporen van een nacht vol zorgen.
Alles grijp ik aan om mijn gevoel naar buiten te krijgen. Slaan op een instrument, trekken aan een snaar. Wandelen, lopen, dansen, duwen, trekken.
Dat lijstje met gelijkenissen steeds langer. Mijn machteloosheid groter en groter. Nog steeds de hoop dat gewoon slapen alles beter gaat maken. De hoop dat het allemaal maar even zoeken is.
Leave a reply
You must be logged in to post a comment.