Verbaasd, maar niet verrast, bekijk ik haar terwijl ze rondtolt in haar gedachten. De avond is al lang niet jong meer en de lichtjes buiten zijn de enige in onze nacht.
Op het bed ,verkrampt en muisstil, zit ze te staren. Maar het knarst vanbinnen en de hele kamer voelt het. De lucht is zwaar en die lichtjes steeds doffer.
Heel hard wil ik schreeuwen, het licht aansteken, ruzie maken. Toch blijft het bij kijken en hoewel ik haar woede zie kan ik de mijne niet meer voelen.
Dus kruip ik in bed en wacht tot ze weer uithaalt omdat niemand meer reageert. De wolken dreigen en de lichtjes verdwijnen. Ik sluit mijn ogen en schuil tot ze weer gaat liggen.
Lang na de laatste knal is het zware weg en ligt enkel de vermoeidheid nog tussen ons in. In een verward bolletje ligt ze nu te staren. Voorzichtig trek ik haar bij me.
We worden slaperig en ik glimlach omdat de storm weer over is. Warm en ontspannen liggen we veilig onder de lakens. Een geruststelling omdat we nu weer samen zijn.
Leave a reply
You must be logged in to post a comment.