Uitgeteld in de zetel na een race over de grens, een vergadering, een
avond uit, een nacht op een slaapbank, de grens weer over, een zaal
vol kinderen en een film, een weerzien, een zaal vol vrouwen en een
optreden en een wandeling naar huis met mijn liefde.
Maar het is stil in en mijn hoofd en ik val dadelijk ontspannen in
slaap.
PS: en dan begin ik te denken dat er genoeg is om over te piekeren en
begint het circus weer. Verdorie. Bijna..
Op zoek naar een weg naar beter, grasduin ik door de vele pagina’s over zuiveren. Ik wil informatie over voeding die me er weer bovenop helpt. Groenten, fruit, sappen, noten, …die stuk voor stuk een trede in de trap van evenwicht zijn.
Maar ik vind alleen maar wegwijzers naar de andere kant. Niet: ‘ga hierheen’, maar: ‘hier niet inslagen’. Variërend van een klein waarschuwingsbord tot grote kolossale alarminstallaties: doet dit niet, eet dat niet, leef niet zo!
Licht verward aanschouw ik de ‘niets’. En daar zit het al in het woord. Dit is toch niets zo? Het lijkt me zo onnatuurlijk om te willen genezen tot het diepste van je wezen met als medicijn een lijst van verboden vruchten.
Dus sluit ik mijn vensters en trek ik de stekker uit de alarmbellen. Tijd om eens iets positiefs te bedenken. Misschien begin ik met een grappige film. Of een boek dat barst van de levensvreugde. Terwijl ik lach en lees, kom ik vast wat nieuwe wegwijzers tegen. ‘Ja, goed zo, hierheen!’
Moe zijn mijn ogen en moe ben ik.
Moe van het wachten en moe van het niet weten.
Moe van het hopen en moe van het vrezen.
Moe dus.