Even fronsen omdat ik de laatste dagen zo vaak mijn wenkbrauwen samentrek. Het ongeduld ligt veel te vaak op het puntje van mijn tong. De irritatie loopt me snel achterna wanneer ik even onbezorgd afdwaal. Ik ben slechtgezind.
Dus frons ik even en leg mezelf op tafel, het licht op de hoogste stand, de scalpel klaar om de oorzaak van mijn gezeur te ontleden en zo mogelijk weg te snijden. Maar ik kijk en zoek en vind niets. Er zijn geen bijzondere afwijkingen, geen acute symptomen, geen open wondes.
Ik staar naar de lucht zo grijs en vol. Meestal vind ik verlossing in de eindeloosheid boven mijn hoofd, maar vandaag zijn de wolken een fontein van kleine vlokken. Alsof ik op het bankje in een sneeuwbol zit en niet verder kan kijken dan het besneeuwde glas.
Help?
De wind blaast mijn haar zo hard de lucht in dat ik verbaasd ben dat
het even later weer gewoon over mijn oren valt. Verheugd steek ik mijn
neus in de lucht en snuif ik de ochtend op.
Het verkeer woelt om me heen maar ik kijk enkel naar de lichtblauwe
hemel met de wolken die zonder stoplicht veel verder komen. En weer
zo’n windstoot die in mijn oorschelp zingt “dit is wind meisje, de
rest is maar lucht”.
Ik lach luidop en wandel wat sneller. Mijn sjaal wappert als een vlag
van overwinning. Mijn hart zingt luid want het weet dat niets het
tegenhoudt. Er is geen wind tegen, alleen wind die me de juiste
richting uitwaait.
Opeens was er flink wat tegenwind vandaag. De hormonen deden mijn ziel al rammelen in een ziedend lijf. Maar daar bovenop kwam nog een wervelwind aan opmerkingen, bedenkingen en kritiek op me vallen.
Niets zo irritant als kritiek wanneer je net die dag een wandelende Achilles-pees bent. Opeens voelt alles persoonlijk en bekijk ik ‘t allemaal als een virus dat mijn verzwakte lichaam in wil dringen. Maar de woorden kruipen toch onder mijn vel en zaaien daar twijfel waar voorheen zelfzekerheid was.
‘Hoge bomen vangen veel wind’, zeggen ze dan. Eigenlijk dus: eigen schuld, dikke bult. Of ‘daar moet je mee leren omgaan’ Mijn hormonale duivels lachen daar eens hard om. Hoezo relativeren?
Ondertussen schuil ik in een hoekje en zet net dat stapje terug naar hoog en droog.