En toen de wolk dan eindelijk kwam, wist ik wat er komen zou
Haastig een dak, een paraplu, een goot, een schuilplaats
Maar wat er viel, kwam niet van boven uit
Wat er viel, kwam van binnen in
En weten wat er valt in mij
Doet verder vallen
Verbaasd, maar niet verrast, bekijk ik haar terwijl ze rondtolt in haar gedachten. De avond is al lang niet jong meer en de lichtjes buiten zijn de enige in onze nacht.
Op het bed ,verkrampt en muisstil, zit ze te staren. Maar het knarst vanbinnen en de hele kamer voelt het. De lucht is zwaar en die lichtjes steeds doffer.
Heel hard wil ik schreeuwen, het licht aansteken, ruzie maken. Toch blijft het bij kijken en hoewel ik haar woede zie kan ik de mijne niet meer voelen.
Dus kruip ik in bed en wacht tot ze weer uithaalt omdat niemand meer reageert. De wolken dreigen en de lichtjes verdwijnen. Ik sluit mijn ogen en schuil tot ze weer gaat liggen.
Lang na de laatste knal is het zware weg en ligt enkel de vermoeidheid nog tussen ons in. In een verward bolletje ligt ze nu te staren. Voorzichtig trek ik haar bij me.
We worden slaperig en ik glimlach omdat de storm weer over is. Warm en ontspannen liggen we veilig onder de lakens. Een geruststelling omdat we nu weer samen zijn.
Gisteren zat ik vast. De wereld was een statische constructie die me op dat moment niet beviel. De mensen om me heen leken ook vast te zitten in het één of het ander. In een persoonlijke crisis, in stress of in mijn oordeel over hen. De wereld was niet langer rond, maar vierkant.
Maar vandaag werd ik wakker met vragen in mijn hoofd. Ze hadden in dat beroemde verhaal over Ali Baba niet ‘Sesam, open u!’, maar ‘Kan Sesam open?’ als oneliner moeten gebruiken want de poort naar mijn hoofd ging open met een vraag, niet een bevel. Ik schoot recht en zag dat alles weer rond was.
Gisteren kon ik de toren van inzicht niet beklimmen. Ik kon de trappen niet opsnellen om dan in een roes over de balustrade te hangen en mijn wereld te observeren. Maar vandaag vroeg ik me af of ik een deur kan openen, een trede kan beklimmen en uit een torenraam kan hangen. En hier ben ik dan.
Nu vraag ik me af wat ik zie hierboven? Wat is er daar beneden? Meteen komt het antwoord: daar is al een liedje over geschreven! Ik hoef niet meer te fronsen. Ik hoef alleen maar te vragen.