Verbaasd, maar niet verrast, bekijk ik haar terwijl ze rondtolt in haar gedachten. De avond is al lang niet jong meer en de lichtjes buiten zijn de enige in onze nacht.
Op het bed ,verkrampt en muisstil, zit ze te staren. Maar het knarst vanbinnen en de hele kamer voelt het. De lucht is zwaar en die lichtjes steeds doffer.
Heel hard wil ik schreeuwen, het licht aansteken, ruzie maken. Toch blijft het bij kijken en hoewel ik haar woede zie kan ik de mijne niet meer voelen.
Dus kruip ik in bed en wacht tot ze weer uithaalt omdat niemand meer reageert. De wolken dreigen en de lichtjes verdwijnen. Ik sluit mijn ogen en schuil tot ze weer gaat liggen.
Lang na de laatste knal is het zware weg en ligt enkel de vermoeidheid nog tussen ons in. In een verward bolletje ligt ze nu te staren. Voorzichtig trek ik haar bij me.
We worden slaperig en ik glimlach omdat de storm weer over is. Warm en ontspannen liggen we veilig onder de lakens. Een geruststelling omdat we nu weer samen zijn.
Weer veel vragen vandaag en hoewel er ook antwoorden waren is er niets beantwoord.
Gisteren zetten die vragen de sluizen naar de vrijheid open, maar vrij zijn vind ik niet gemakkelijk.
Vrij zijn is aanvaarden dat er niets zeker is. Vrij zijn is opeens begrijpen waarin ik gevangen zit.
Had ik deze keuzes gemaakt als ik eerder de antwoorden in vraag had gesteld?
Zou ik nog denken als ik mijn gedachten eerder tot waanzinnig had benoemd?
Ben ik mezelf nog als ik alles wat mij heeft heeft gemaakt als een illusie beschouw?
Misschien kan ik niet leven buiten de kooi van mijn hoofd. Dat kan mijn levensles zijn:
dat ik nooit verder zal komen dan de waanzin die ik mezelf heb opgelegd.
Want ook denken over denken is denken. En praten over praten is praten.
Zo veel mensen voor mij bedachten dezelfde vragen.
Maar enkel een handje vol vond vrede in het gebrek aan antwoorden.
Ik wil graag zo iemand zijn: een nederig mens die zich neerlegt bij het niet weten.
Een ik die wordt door mijn keuzes te maken zonder op antwoorden te rekenen.
Een vrouw die toekijkt op de waanzin van haar eigen gedachten, maar niet oordeelt.
Een mens die weet waar de illusie ophoudt en de kern van zichzelf en van alles begint.
Gisteren zat ik vast. De wereld was een statische constructie die me op dat moment niet beviel. De mensen om me heen leken ook vast te zitten in het één of het ander. In een persoonlijke crisis, in stress of in mijn oordeel over hen. De wereld was niet langer rond, maar vierkant.
Maar vandaag werd ik wakker met vragen in mijn hoofd. Ze hadden in dat beroemde verhaal over Ali Baba niet ‘Sesam, open u!’, maar ‘Kan Sesam open?’ als oneliner moeten gebruiken want de poort naar mijn hoofd ging open met een vraag, niet een bevel. Ik schoot recht en zag dat alles weer rond was.
Gisteren kon ik de toren van inzicht niet beklimmen. Ik kon de trappen niet opsnellen om dan in een roes over de balustrade te hangen en mijn wereld te observeren. Maar vandaag vroeg ik me af of ik een deur kan openen, een trede kan beklimmen en uit een torenraam kan hangen. En hier ben ik dan.
Nu vraag ik me af wat ik zie hierboven? Wat is er daar beneden? Meteen komt het antwoord: daar is al een liedje over geschreven! Ik hoef niet meer te fronsen. Ik hoef alleen maar te vragen.