Het is al even geleden dat ik mijn gedachten in woorden wilde omzetten. Het had gekunnen, hoor. Maar het was niet mooi. Het zou een tornado aan zwaarmoedige woorden en zinnen geweest zijn. Het soort dingen dat je eigenlijk beter niet op papier zet.
Niet dat het nu veel beter is, maar ik word tenminste al niet meer opgezogen door mijn eigen gedachten. Toch niet altijd. Ik kan nu af en toe de tornado zien in plaats van mee te draaien met de woeste kolk die mijn leven beheerst.
Zo weet ik dat het einde van de storm in zicht is. Ik vereenzelvig me niet meer met de rukwinden die alles aan zekerheid aan flarden scheuren. Ik kan nu af en toe glimlachen om de schade. Soms zie ik zelfs de nieuwe kans die in het pad achter de storm op me ligt te wachten.
Weer veel vragen vandaag en hoewel er ook antwoorden waren is er niets beantwoord.
Gisteren zetten die vragen de sluizen naar de vrijheid open, maar vrij zijn vind ik niet gemakkelijk.
Vrij zijn is aanvaarden dat er niets zeker is. Vrij zijn is opeens begrijpen waarin ik gevangen zit.
Had ik deze keuzes gemaakt als ik eerder de antwoorden in vraag had gesteld?
Zou ik nog denken als ik mijn gedachten eerder tot waanzinnig had benoemd?
Ben ik mezelf nog als ik alles wat mij heeft heeft gemaakt als een illusie beschouw?
Misschien kan ik niet leven buiten de kooi van mijn hoofd. Dat kan mijn levensles zijn:
dat ik nooit verder zal komen dan de waanzin die ik mezelf heb opgelegd.
Want ook denken over denken is denken. En praten over praten is praten.
Zo veel mensen voor mij bedachten dezelfde vragen.
Maar enkel een handje vol vond vrede in het gebrek aan antwoorden.
Ik wil graag zo iemand zijn: een nederig mens die zich neerlegt bij het niet weten.
Een ik die wordt door mijn keuzes te maken zonder op antwoorden te rekenen.
Een vrouw die toekijkt op de waanzin van haar eigen gedachten, maar niet oordeelt.
Een mens die weet waar de illusie ophoudt en de kern van zichzelf en van alles begint.
Even fronsen omdat ik de laatste dagen zo vaak mijn wenkbrauwen samentrek. Het ongeduld ligt veel te vaak op het puntje van mijn tong. De irritatie loopt me snel achterna wanneer ik even onbezorgd afdwaal. Ik ben slechtgezind.
Dus frons ik even en leg mezelf op tafel, het licht op de hoogste stand, de scalpel klaar om de oorzaak van mijn gezeur te ontleden en zo mogelijk weg te snijden. Maar ik kijk en zoek en vind niets. Er zijn geen bijzondere afwijkingen, geen acute symptomen, geen open wondes.
Ik staar naar de lucht zo grijs en vol. Meestal vind ik verlossing in de eindeloosheid boven mijn hoofd, maar vandaag zijn de wolken een fontein van kleine vlokken. Alsof ik op het bankje in een sneeuwbol zit en niet verder kan kijken dan het besneeuwde glas.
Help?