De vreugdezeilen gingen open en de koers werd gezet
Maar de wind ging liggen en het water steeg meteen
De zwemvest overmoedig nog aan wal gelaten
Spartelend in het wilde en woeste schuim
Onderwater snakkend naar de maan
De ogen open en wijd naar boven
Een hulpkreet in luchtbelletjes
Net dan toch steeg de wind
En zakte het water weer
Voor het eerst sinds ik brand
De assen aan mijn voeten
De furie in mijn hart
Schreeuwt de feniks nu
Voor het eerst sinds ik snak
Adem weg in rook en vlam
Voel ik nu hoe ik neerbuig
Naar de zuurstof in mijn val
En toen de wolk dan eindelijk kwam, wist ik wat er komen zou
Haastig een dak, een paraplu, een goot, een schuilplaats
Maar wat er viel, kwam niet van boven uit
Wat er viel, kwam van binnen in
En weten wat er valt in mij
Doet verder vallen